Introductie
Korte geschiedenis
Parentelen
(Genealogie) links
Wetenswaardigheden
Openstaande vragen
Gedichten (intro)
Gastenboek


Bezoekersaantal:

SLOTMAN

Slotman in Baalder

De naam Slotman in deze vorm komt voor het eerst voor in 1675. Daarvoor wordt gesproken over Slot Hendrik (1667 en 1668) en in 1675 blijkt uit een telling dat op het Erve Slotman 2 mensen boven de 16 jaar wonen. Van 1682 tot 1701 heeft er een Jan Slotman gewoond. Deze Jan was niet rijk want in 1694 wordt vermeldt dat hij een pauper is en in 1701 wordt i.v.m. het soltgeld 'pro deo' genoteerd. Blijkbaar was hij niet (meer) instaat om de belasting te betalen. Dat het al langer niet goed ging blijkt ook wel uit het volgende:

"op 2 januari 1693 hebben de diakenen van den Hardenbergh gerechtelijk op doen seggen aan Slot Jan tot Baalder wonende op haar erve tegen mey te vertrekken zonder iets mee te nemen".

Hoe e.e.a. verder is afgelopen is onbekend maar zou het mogelijk zijn dat het gezin is uitgewaaierd over Nederland? Het gemeentearchief van Amsterdam bevat namelijk een huwelijksakte waarin het volgende staat:

"Lucas Slotman vn Hardenberg, backer, oud 24 jaren, op de Reguliersbreestraat, sijn moeder Jaentje Slotman tot Baler. Eva Tiggelaar van Amsterdam, oud 20 jaren, op Marken, geassisteert met haar vader Cornelis Tiggelaar".

Zij trouwden of gingen in ondertrouw op 16 april 1715. Is deze Jaentje misschien de vrouw van bovengenoemde Slot Jan tot Baalder? Is deze Lucas misschien een broer van onze Roelof Jansen (Otten)? Is de moeder van Lucas in Amsterdam blijven wonen?

De naam Slotman verdwijnt echter niet uit Baalder. Het Erve Slotman verdwijnt na 1828 wanneer de laatste bewoonster Fennegien Slotman is overleden.

Ik kom steeds meer tot de overtuiging dat onze familie Slotman geen relatie heeft met de laatste bewoners van het Erve Slotman. Deze overtuiging werd sterker door het combineren van de huwelijksakte van Lucas Slotman en Eva Tiggelaar en het gegeven dat Slot Jan tot Baalder werd verzocht te vertrekken van Erve Slotman. Voor het gezin (aannemende dat genoemde personen tot eenzelfde gezin behoorden) bleef er niets anders over dan hun heil elders te zoeken. Roelof Jansen vond dat op de Brink in Heemse en Lucas vestigde zich als bakker in Amsterdam.

Slotman in Heemse

De enige link tussen Slotman in Baalder en Slotman in Heemse heb ik gevonden in het trouwboek van Heemse (1662 tot 1794). Van Roelof Jansen wordt in dit trouwboek aangegeven dat hij een j.m. van Baalder was. Of hij ook op het Erve Slotman heeft gewoond is niet bekend. Deze Roelof trouwt in 1714 met Hendrikjen Otten. Hendrikjen Otten was woonachtig op de Brink te Heemse. Op 15 Februari 1736 sluiten zij een hypotheek af. De akte werd opgesteld door scholtus Arnold Voltelen. Op 1 Oktober 1762 verschijnt Roelof Jansen opnieuw voor de scholtus. Dit keer is de scholtus niet Arnold Voltelen maar Jacob van Riemsdijk. Met Roelof verschijnt ook zijn vrouw Hendrikjen Otten en hun zoon Jan Roelofs met zijn vrouw Lubbegien Gerrits. In de Kadastrale Atlas Overijssel 1832 bezat Roelof Slotman perceel 640 (huis en erf) en perceel 626 (tuin) gelegen op Den Brink te Heemse en perceel 702 (bouwland). Deze percelen komen overeen met de goederen zoals beschreven in de hypotheek acte van 1736!! Bijna 100 jaar zijn deze goederen in het bezit van Slotman!

In 1866 kocht een Roelof Slotman (hij woonde op de berderij op De Brink) de boerderij op perceel 735 en het bouwland op perceel 736. Beide percelen staan in 1832 op naam van Evert Bouwhuis. Deze Evert verkocht de boerderij en het bouwland aan de koopman Gerrit Warnderink. Deze koopman verkocht dit vervolgens aan notaris Willem Frederik van der Muelen. In 1886 kocht Roelof Slotman het van de notaris.

Timmerman(s)

Het overzicht van deze familie begint met Harmen Timmerman(s). Hij trouwt zo rond 1695 met Berendje Jansen. Hun zoon Jan touwt rond 1738 met Wibbe Wilpshorst. Hun zoon Harmen (geb 30-06-1741) trouwt  (02-07-1769) onder huwelijks voorwaarden op 28-jarige leeftijd met Hendrikje Kamphuis. De huwelijkse voorwaarden luiden:

Huwelijkse Voorwaarden van Harmen Timmerman, jongman, en Hendrikjen Camphuis, jongedochter, geadsisteerd met haar vader Berend Camphuis als haar verkoren Momboir. Zij krijgen de halfscheid van het bezit van de bruid haar ouders Berends Camphuis en wijlen Fennegien van der Scheer en gaan samen de huishouding voeren. Na het overlijden van voorneomde vader krijgen ze het volle eigendom. In voldoening van de erfportie van de drie broers en drie zusters, met de namen Lambert, Gerrit, Evert, Jannegien, Geesjen en Harmina Camphuis wordt een regeling getroffen. Voorts zullen de broers en zusters tot hun trouwen en bij ziekte en ongemak in het huis mogen blijven wonen en verzorgd worden. Tevens regelt het bruidspaar een testament op langstlevende.

De akte wordt ondertekend door Herm Timmermans, Hendrikjen Kamphuis, Berent Kamphuis, Evert van der Scheer, Hendrik van der Scheer, Jan Merkenburgh als gevolmachtigde van Jannegien Kamphuis, Willem Haermans, Willem Timmermans en Albert Wilp.

Actum Hardenberg, 10 juni 1769

Een kleinkind van bovengenoemde Harmen Timmermans Jan Timmermans (geb 24-08-1796 te Ane, overl op 31-01-1861 te Ane) vinden we terug in de verzonden stukken van de gemeente Gramsbergen uit 1834 inzake een overtreding van de jachtwet. Het volgende staat genoteerd:

23-01-1834 dossier R-004:

Jan Timmerman, landbouwer te Ane, oud 37 jaar, verklaart dat hij, in plaats van te zijn wezen jagen op de esch, naar zijn land geweest is inde buurtschap Engeland om de rogge te controleren en dat hij naar H.A. Molkenbour van Langen gegaan is om het nieuws uit de kranten te vernemen en dat toen de commiezen hem kwamen aanhouden. De commiezen hadden een paar klompen bij zich waarvan ze veronderstelden dat die van Timmerman waren; deze had echter zijn klompen aan.

Later ( 30-04-1834) lezen we dat deze Jan Timmerman samen met Jan Kolkman veroordeeld zijn tot het betalen van een boete van 20 gulden per persoon en het inleveren van de geweren; eerstgenoemde, weduwnaar met zes kinderen, kan dit betalen; laatstgenoemde, gehuwd en vier kinderen, kan dit alleen in termijnen ophoesten.

Het dossier is dan nog niet gesloten want op 6 augustus 1834 lezen we:

reactie op een drietal verzoeken van ingezetenen die een boete gekregen hebben voor het overtreden van de jachtwet; de verzoeken zijn naar waarheid omschreven, met deze opmerking dat verzoeker J. Timmerman wel veel meer gegoed dan de ander verzoekers, maar dat ondanks dat zijn boete hem zwaar zal vallen, beide andere verzoekers kunnen de boete niet opbrengen. De burgemeester verdedigt de naar zijn mening onschuldige Jan Kolkman en vraagt of de schuldigen niet mogen volstaan met het betalen van alleen de proceskosten, temeer omdat de ambtenaren bij de directe belastingen zich naar zijn mening teveel toeleggen op het toezicht op overtredingen van de jachtwet waarvan zij zelf de boete mogen incasseren.

Het recht zegeviert dan toch want in 1835 wordt Jan Timmerman, landbouwer te Ane genoemd op de nominatieve staat van de voorgedragen zetters voor de directe belastingen over het jaar 1835.

Twintig jaar later op 23-02-1855 wordt er een kleinkind van bovengenoemde Jan Timmerman geboren. Hij krijgt ook de naam Jan. Deze Jan vertrekt in juni 1893 met zijn derde vrouw naar South Dakota in de USA. Volgens de gegevens op de site van Ellisisland zijn ze op 23 juni 1893 aangekomen in New York. Hij was toen 38 jaar oud en zijn vrouw 28. Als kinderen staan genoteerd Gerardina 11 jaar; Johanna G. 9 jaar; Willem H 4 jaar en Albert 3 jaar.

In 1906 brengt Jan alleen een bezoek aan Nederland en vertrekt in maart van dat jaar met het schip de "Statendam"weer naar Amerika. Hij komt op 21 maart aan in New York.

Boerderij gekocht door Roelof Slotman in 1866
Boerderij van Jan Timmerman in South Dakota
"Slotman : van Baalder tot Heemse - een zoektocht"